Recentelijk, heb ik besloten dat ik van werk wil veranderen. De gedachte begon weken terug. Het zit zo dat ik voor men werk enkele dagen per week of neem nu meer dan de helft van de week op plaats B blijf. De vrije dagen op plaats A. Het heen en weer reizen tussen werk en sociaal leven, eist nu na een twee jaar toch een tol. Maar de laatste twee weken weeg ik het één tegen het ander af. Als ik nu denk aan van men huidig werk afgaan, krijg ik een zeer benauwd gevoel. Het zelfde gevoel krijg ik als een paniekaanval voel opkomen. Dat gevoel kan het best omschrijven met een lied :Requiem van Gyorgi Ligeti. Angstig, is het bijpassend woord.
Op men huidig werk, voel ik me thuis…

Het is de enige constante van de afgelopen twee jaar. In een wereld waar men vriendenkring, gezin en huiselijke omstandingheden veranderde, bleef dat overreind. Ook, hielp me dit werk om grotendeels uit men diepe depressie te komen. Ik word er gesteund, verdien er goed en heb eigenlijk nog vrij veel vrije tijd door.  Okay, vrije tijd met momenten. Er is een enorme druk op men schouders, maar deze houd me stabiel. Ik heb zo’n schrik voor die verandering, moest ik er stoppen. Stel dat ik men nieuw werk, ( als ik dat al direct vind) haat?!

Men baas is niet altijd de makkelijkste, maar hij is er voor me. Ik word er op handen gedragen en om eerlijk te zijn ik verdien dat. Het is de enige plek waar ik glansrijk boven de rest uitsteek. Het idéé dat te verliezen, is alsof ik men leven weer zal verliezen.

Langs de andere kan. Moest ik werken op plaats A zou ik meer aan men sociaal leven hebben. Dit misschien wel ten koste van men werkplezier. Ik ben totaal nog niet klaar die beslissing te nemen op dit moment.

*UNITED STATES OF ME*

Onlangs ben ik begonnen met het kijken van United States of Tara. Wikipedia gaat even uitleggen over wat het gaat:

De reeks gaat over Tara Gregson, een vrouw van middelbare leeftijd die al sinds haar kindertijd last heeft van een dissociatieve identiteitsstoornis. Ze nam hiervoor medicatie, maar stopt hiermee om te onderzoeken wat de oorzaak is van haar ziekte. Daardoor krijgt haar ziekte weer de bovenhand en komen haar drie persoonlijkheden weer naar boven: zo heb je T, een tienermeisje dat vaak aan seks denkt; Buck, een mannelijke trucker en Alice, een huisvrouw uit de jaren 50. Gaandeweg evolueert ze en komt er zelfs nog een vierde persoonlijkheid naar boven: Gimme.

Haar gezin moet terug leren omgaan met die persoonlijkheden, en daar hebben vooral haar kinderen Kate en Marshall het moeilijk mee. Haar zus Charmaine gelooft echter dat Tara niet echt ziek is en toneel speelt.

Okay, nu weten jullie waarover het gaat dus.

De serie is fantastisch. Steen goede acteerprestatie’s, geweldig script, gewoon fantastisch. De nogal duistere humor is volledig men ding. Maar, het is een spiegel. Het is geen geheim voor de mensen in men directe omgeving dat dissociatie mij alom bekend is. Als ik haar zie “switchen” tussen haar alters, begin ik soms te twijfelen of ik ook die stoornis niet heb. Weet niet zeker of ik eerder op dit blog, al vermeld heb over men strijd tussen ik en men naam + bijvoegsel. Ik heb namelijk ook vaak het idéé dat de ene overneemd van de andere. Nu zou ik dat normaal niet hebben, volgens mijn psychiaters. Ze noemen het een ander beschermingsmechanisme dat ingang treed. Maar toch…
Er zijn van die momenten, vaak in een zeer sociaal bevolkte bedoeling, dat “ik + bijvoegsel” overneemt. Het enige verschil is dat Tara, haar die momenten totaal niet herinnerd wel. Bij mij is het eerder, ik zie mezelf bezig maar kan het niet stoppen. Nu ja, iedereen zal wel van die momenten hebben zeker?

“Mijn naam + bijvoegsel” is de wildebras die zwaar drinkt, luidkeels en druk is. Terwijl, ik rustig en doordacht is.

Freedom comes, when you learn to let go

Soms beeld ik me in dat hij neerkijkt op aarde. Neerkijkt op mij. Hij volgt men leven, ziet men fouten, aanschouwt men gloriemomenten of voeld hoe ik me voel. Andere dagen denk ik dan: Zou hij rust kennen? zijn ze alle drie daar? Stralen ze? Ben ik daar ook zo aanwezig als hen hier? Dan kom ik tot besef, ik geloof niet in het hiernamaals…

Herinneringen houden hen die heengegaan zijn levend. Alleen hier in ons hart en hoofd. Ze lopen letterlijk door onze aderen, toch onze voorouderen. Die speciale anderen, lopen door ons hoofd. Ik beeld me in dat het een doolhof is. Een doolhof met vele hoeken en valkuilen. Soms vallen ze in de kuilen. En dat zijn dan de momenten dat ze terug heel aanwezig zijn in ons leven.

Elk van die personen die ik verloren ben, zijn gegaan op hun hoogtepunt in mij leven. Dit moet de reden zijn, waarom ik het er vaak zo moeilijk meeheb dat ze er niet meer zijn. Het is niet dat ze vervaagde in mijn bestaan. Neen, ze werden eruit gerukt. Als steunmuren uit een huis en het huis storte in. Nu, een aanzienlijke tijd later, staat er weer een huis. Een huis met bespookte schilderijen. Deze zijn het eindpunt van de valkuilen. Als men hersenen, er iemand laat invallen, vallen ze door het schilderij in men huis. Vandaag is het hij weer, die er ronddwaalt. Gekleed in herinneringen aan vervlogen tijden, bezoekt hij mij en neemt hij mij nog maar eens over…

Het was een zaterdagnacht als deze. De winter was net het land ingetrokken. Ik zat in men kamer naar Mulder en Scully te kijken. Men moeder was weg en jij belde aan. Je wou bij mij zijn. We gingen met men honden wandelen in het bos. Ijskoud was het die nacht. Al snel waren we weer op men kamer. Je lag op men bed, terwijl ik weer eens een film uitkoos om te kijken. Halfverwege de film wurmde je jezelf uit men armen, ging recht op bed zitten en zei: ” Gij hebt echt kei spraakzame ogen”. Ik begon te lachen en kuste hem.

Ik weet niet waarom dit moment me zo goed bijblijft. Het is waarschijnlijk, het onverwachtse. Dit is was niet zijn normale manier van doen. We kenden elkaar door en door en toch bleef hij me verrassen….

Zelfreflectie, Part Three.

Eerst en vooral, het is lang geleden….

Heb een redelijke uiteenlopende periode gehad. Eén met vele wendingen en climaxen. Maar daar wil ik eigenlijk momenteel niet in verdiepen. Deze periode heeft me wel dingen laten inzien.

Eén van de dingen die het me liet inzien. Was, wat soort effect dat men therapie en medicatie op me heeft gehad. Ik heb de vaststelling gemaakt, dat ik nu veel emotioneler ben. Laat het me verduidelijken. In mijn tienerjaren was het een alom geweten feit, dat ik een orkaan van emoties was. Een orkaan die willekeurig emoties naar buiten zwierde. Op één enkele seconde, ging ik bijvoorbeeld van über blij naar hysterisch kwaad. Ik kon geen vaste of allesinds stabiele emotie kiezen. Alles hing af van welke “trigger” in die orkaan terecht kwam. Je kan nu zeggen, dan was je toen toch veel emotioneler?! Neen, voor mij voelt dat zo niet. Omdat, door al die gevoelens die rondzwerfde in men hoofd, ik “koeler” werd. Het klinkt allemaal heel onlogisch, geloof me weet ik. Maar het is alsof ik nu, gewoon mezelf zwakker voel op vele gebieden. Ik heb meer nood aan goede sociale contacten, aan affectie en vooral goedkeuring. Iets waar ik vroeger raar maar waar minder aan tilde.

Mijn deelse verklaring, waarom ik daar nu meer nood aan heb is vrij simpel. Haat het, omdat te zeggen. Maar, ik heb enorm aan mezelf gewerkt. Soms, heb ik gewoon het gevoel dat niemand het ziet, me dunkt. Wat nieuwe mensen in men leven, natuurlijk niet kunnen ruiken. Ik wil niet beweren dat ik nu de über mensch ben. Maar wat ik zelf merk, is dat ik bijvoorbeeld veel opener ben geworden. Ik spreek meer over vroeger en men gevoelens, tracht mensen te waarden (wat niet altijd lukt).

Vroeger, was ik enorm “stressy”. Oké, nu ben ik nog steeds druk voor velen. Maar, spreek dan ook over men innerlijke. Misschien, is het net daar waar ik wennen aan moet. Geeft dat me het gevoel dat ik emotioneler ben, weet ik veel. Ik weet alleen dat veel dingen me gewoon meer raken als ooit ervoor. Kan ook gewoon deze periode zijn. Binnen 24 uur is het ongeveer net 6 jaar geleden dat J. is gestorven. En dat heeft wel elk jaar een effect op me.

Nomaden en Complimenten.

In men leven was er één constante en dat was dat er geen constante was. Ik moet wel ontelbare keren verhuisd zijn. En soms, voelt het echt alsof ik dat meedraag in alles. Ik heb binnen de grenzen van dit land en ver daarbuiten gewoond. Op dit ogenblik in men leven woon ik twee plaatsen en geen van beide voelt echt aan als een thuis. Of beter gezegd ik blijf nooit lang genoeg op één van beide plaatsen om er één van thuis te noemen. Als ik dan eens een thuis vind, blijft dat nooit lang zo.

Men kleren liggen op twee verschilende plaatsen en dat geldt ook voor andere bezittingen. Terwijl nog een groter deel in dozen ergens gestapeld staat. Soms, is dat zo beangstigend. Elke week reis ik tussen plaats A en B. Het voelt alsof ik een nomaad ben. Vermoeiend is het. Waarschijnlijk heb ik het daar nu veel moeilijker mee, doordat ik ook nog eens zo’n onregelmatige werkuren heb.

Toen ik een tiener was tot een goei jaar en half geleden, had ik er minder last van. Ik leefde als tiener in het weekend en tijdens het verlof ook steeds ergens anders. Maar zoals ik eerder al zei: heb ik het er nu veel moeilijker mee. Ik heb een drang en behoefte nodig aan een houvast en constante in men leven. Opzich heb ik deze met men job en begrijp me niet verkeerd het doet me goed. Maar een thuis zou fijn zijn. Een plaats waar ik niet professioneel gemist wordt.

Het lijkt wat op men drang om complimenten te geven als ik het terecht vind. Velen geven complimenten om complimenten weer te krijgen. Wat extreem logisch is, me dunkt. Maar bij mij is het weer zo’n paradoxaal iets. Als ik complimenten krijg, voel ik me zeer ongemakkelijk. Meestal zeg ik wel dankwoordje. Maar koppel er direct een mop of teniet doening aan. Ik ben het nu eenmaal gewoon van kinds af aan, de complimenten te geven, maar niet te krijgen. Daar moet ik eens dringend aan werken.

In de schaduw van leegte.

Ken je het gevoel van uitermate leegte na een tijd van plezier?

Het overkomt me elke keer na een nachtje stappen en zondigen aan drank en plezier. Is het de kater, de vermoeidheid of het besef dat de goede tijd om is? Ik weet het niet. Maar het is exact op tijd te meten. Na het ontwaken met een duidelijke vermoeidheid. Je staat op en voelt je uitermate slecht, een letterlijk wrak. Terwijl de “day after” traag passeerd overvalt het je. Dat wrange, beklemmende gevoel van leegte. Toen ik nog een relatie had in een tijd lang vervlogen, had ik daar amper tot geen last van. En net daar zit het probleem. Je komt tot besef dat het plezier om is en de eenzaamheid weer start. Je voelt je slecht en zeer emotioneel, een moment dat normaal verzacht kan worden, door de aanraking en aandacht van je liefde. Een knuffel, een kus, samen liggen en verstand op nul televisie zien. En nu, is er alleen jij met het slechte gevoel. Maar vooral het besef dat je alleen bent en dat net dat plezier van de nacht ervoor zelfs niet opweegt tot het gevoel van rust, warmte en geborgenheid, compassie en vooral het gevoel van iemand dat van je houd op die speciale manier. En als je dan zoals mij bent overvallen geraakt met de gedachte en angst, dat het jou niet meer overkomt. Dit zijn de momenten dat ik terug denk aan bepaalde exlieven en hoe goed we het hadden op onze hoogdagen. Dat word je dan teveel, tot het punt dat je met de minste aanleiding tranen in je ogen krijgt van een lied, moment of gebeurtenis. En ook al heb je dan je beste vrienden om je heen, dat is niet het zelfde. Neen! Dat is het niet. Dat is een andere soort liefde. Je kan dan ook proberen happy te worden. Door bijvoorbeeld “Happy music” of feelgood movies, maar uiteindelijk wil je dat zelf niet op zo’n momenten, want op die specifieke momenten ben je verliefd op je verdriet. Enfin, ik toch… Waarschijnlijk om dat net dan dat het enige is wat je hebt. Want aan leegte kan je, je niet vastklampen, aan verdriet daarintegen weer wel. Wel dit is wat ik op dit moment heb.

Vlinders op het kerkhof.

Met vlinders op het kerkhof kwam ik toe. Ik stond aan je graf, het graf dat lang mijn graf was. Ik heb al vaker men rug er naar toe gekeerd. Maar, nu beloof en vooral geloof ik, dat het pad weg van dat graf niet terug naar dat graf zal leiden. Meer dan ooit geloof ik er diep vanbinnen in, dat ik er klaar voor ben. Men ziel is een donker bos vol kerkers, met in het midden een Hartvormig graf. Nu, voor het eerst sinds lang is ze begroeid met hoop en beterschap. Rozen, nog steeds met doorns. Maar er groeit iets. Er is leven en de graven en kerkers, zijn verzacht door begroeiing. Ik weet, dat ik het altijd zal meedragen, maar het zal me niet meer controleren. Neen, nu niet meer. Ik weet dat ik nog zal vallen, maar op het pad en niet meer in de kerkers.

Met vlinders op het kerkhof, stond ik aan je grafsteen. Ik zag je gezicht, hoorde je stem, voelde je aanwezigheid en nam afscheid. Het is tijd voor een nieuw begin. Het laatste jaar en half, heb ik  aan mezelf gewerkt. En de vruchten hiervan oogst ik. Een mens werkt heel zijn leven aan zichzelf. Ik werkte er meerdere levens aan. Eindelijk, weet ik welk leven ik leven wil en nu ga ik dat leven, leven.

Ik kwam je vertellen, hoe ik iemand leerde kennen. Iemand dat men leven zonlicht geeft. Iemand die me een goed mens doet voelen. Iemand die ik vooral niet met jou vergelijk. En nu zijn het vlinders in mijn kerkhof.